Hier vind je (animatie)video’s van veel gebruikte systemen.

6 – 6 systeem, Spelverdeler Rechtsachter (pos 1)

 

6 – 6 systeem, Spelverdeler Rechtsvoor (pos 2)

 

6 – 6 systeem, Spelverdeler Mid voor (pos 3) Spelverdeler blijft Mid-voor (switched niet)

 

6 – 6 systeem, Spelverdeler Mid voor (pos 3) Spelverdeler switched naar rechtsvoor (pos 2)

 

6 – 6 systeem, Spelverdeler Midachter (pos 6) Spelverdeler switched naar rechtsachter (pos 1)

 

3-3 systeem,  2-4 systeem en 1-5 systeem volgen zsm

 

Het 6-6 systeem wordt veelal bij de C-Jeugd gespeeld, het 3-3 systeem en het 2-4 systeem bij de B-Jeugd en vanaf de A-jeugd het 1-5 systeem.
Het verdient aanbeveling om bij de C- en B-jeugd nog niet tot specialisatie over te gaan, dus geen vaste buitenaanvallers, midspelers e.d.
Evt kun je in het 2e jaar van de B’s naar specialisatie kijken en naar het 1-5 systeem, maar dit is eigenlijk alleen aan te raden als er in deze B-jeugd spelers zitten die al (frequent) mee (gaan) trainen met de A-Jeugd.

Bij het 6-6 systeem speel je de functie waar je op dat moment staat. B.v. als je mid-voor staat dan speelt je MID op het midden (positie 3), sta je b.v. links-voor, dan speel je buiten-aanvaller op positie 4, enz. De spelverdeler staat meestal (leerdoel) op rechts-achter (positie 1).
Bij het aanleren kan evt begonnen worden met de spelverdeler op mid-voor (positie 3) en daarna wordt het spelverdelen op recht-voor (positie 2) aangeleerd, om vervolgens dus het spelverdelen op rechts/achter (positie 1) te leren.

Bij het 3-3 systeem speel je met 3 spelverdelers in een driehoek. Je kunt dan iedere keer een spelverdeler 2 rotaties (rotatie 2 en 1) De spelverdeler laten zijn, waarna – bij het weer doordraaien – de volgende speler op rechtsvoor spelverdeler wordt.

Bij het 2-4 systeem speel je (meestal) met 2 vaste spelverdelers (hoeft niet, kan ook per set of wedstrijd verschillen). De spelverdeler die achter staat is DE spelverdeler. De andere is dan vaak DIAgonaal.