Op deze pagina vind je informatie en (animatie)video’s van veel gebruikte systemen.


 
Informatie / korte uitleg

Daar waar in deze tekst spelers of hij staat, kan natuurlijk ook speelsters of zij gelezen worden 🙂

Bij volleybal-systemen wordt gesproken over posities, rotaties en functies.
Posities (#) zijn de plaatsen waar de spelers staan. B.v. #3 betekent dus dat de speler op positie 3 = midden-voor staat.
We kennen de volgende posities.

  

  

 

Rotaties (R). Hiermee wordt aangegeven waar in een bepaalde opstelling de spelverdeler staat. Dus R1 betekent dat de spelverdeler op #1 staat en R2 betekent dus dat de spelverdeler op dat moment op #2 (Rv) staat. Zie plaatje 3 hierboven.

Functies zijn de specialisatie die spelers kunnen uitvoeren.
We kennen de volgende specialisaties:
Spelverdeler (Sv), Diagonaal (D), Aanvaller (A) of ook wel passer-loper (Pl) genoemd, mid-blokkeerder (M), ook wel hoofdblok of mid-aanvaller genoemd en libero (L). Zie plaatje 4 hierboven.

E.e.a. wordt ook uitgelegd in deze basisvideo

 


 
Van CMV -> Senior

Naast de technisch scholing die een speler (van CMV naar Senior) moet doorlopen, moeten ook systemen worden aangeleerd.
In de CMV wordt met 4 spelers gespeeld, meestal in een ruit. Vanaf de C-Jeugd wordt er met 6 spelers gespeeld en moeten ze dus een nieuw “systeem” aanleren.

Onderstaand wordt ingegaan op (mogelijk) te nemen stappen, welke ondersteund worden met animatie video’s.
Kort door de bocht kun je ongeveer het volgende aanhouden om van CMV naar Senior op te leiden.
C-jeugd (1e jaars, dus ca 12 jaar) aanleren van 6-6 systeem met spelverdeler (door iedereen) op positie 2.
C-jeugd (2e jaars, dus ca 13 jaar) idem, eventueel aanleren van 6-6 systeem met spelverdeler op positie 1.
B-jeugd (1e jaars, dus ca 14 jaar) aanleren 6-6 systeem met spelverdeler op positie 1.
B-jeugd (2e jaars, dus ca 15 jaar) aanleren 3-3 systeem. Dus nog steeds geen specialisatie, behalve misschien als je een echt talent als toekomstig spelverdeler hebt.
A-jeugd (1e jaars, dus ca 16 jaar) aanleren 2-4 systeem en eventueel beginnen met specialisatie, i.i.g. van spelverdelers.
A-jeugd (2e jaars, dus ca 17 jaar) aanleren 1-5 systeem en verder gaan met specialisatie.

Natuurlijk kunnen deze stappen – afhankelijk van het niveau van het team – eerder of later genomen worden, maar m.i. niet te snel. Ik ben voorstander van “breed opleiden”, dus niet te snel specialiseren.

 
De systemen

Het 6-6 systeem wordt veelal bij de C-Jeugd gespeeld, het 3-3 systeem en het eventueel het 2-4 systeem bij de B-Jeugd en vanaf de A-jeugd het 2-4 systeem en het 1-5 systeem.
Het verdient aanbeveling om bij de C- en B-jeugd nog niet tot specialisatie over te gaan, dus geen vaste buitenaanvallers, midspelers, spelverdelers e.d.
Evt. kun je in het 2e jaar van de B’s naar specialisatie kijken en naar het 2-4 systeem en 1-5 systeem, maar dit is eigenlijk alleen aan te raden als er in deze B-jeugd spelers zitten die al (frequent) mee (gaan) trainen met de A-Jeugd.

Bij het 6-6 systeem speel je de functie waar je op dat moment staat. B.v. als je mid-voor staat dan speel je MID op het midden (positie 3), sta je b.v. links-voor, dan speel je buiten-aanvaller op positie 4, enz. De spelverdeler staat meestal (leerdoel) op rechts-voor (positie 2) of rechts-achter (positie 1).
Bij het aanleren kan evt. begonnen worden met het spelverdelen vanaf mid-voor (positie 3) en daarna wordt het spelverdelen op recht-voor (positie 2) aangeleerd, om vervolgens dus het spelverdelen vanaf rechts-achter (positie 1) te leren.  zie het 6-6 systeem.

Bij het 3-3 systeem speel je met 3 spelverdelers in een driehoek. Je kunt dan iedere keer een spelverdeler 2 rotaties DE spelverdeler laten zijn. Meestal R2 en R1, waarna – bij het weer doordraaien – de volgende speler op rechts-voor spelverdeler wordt en daarna rechts-achter enz. Er kan evt. ook gekozen worden om DE spelverdeler vanaf positie 1 en positie 6 te laten spelen. Zie het 3-3 systeem.

Bij het 2-4 systeem speel je met 2 vaste spelverdelers. De spelverdeler die achter staat is DE spelverdeler. De andere is dan vaak DIAgonaal. Dus de spelverdeler speelt op de posities 1, 6 en 5, waarna de andere spelverdeler daarna op dezelfde posities spelverdeler is en de eerste spelverdeler dus 3x diagonaal. Je kunt er ook voor kiezen om de spelverdeler het spel te laten verdelen vanaf de posities 2, 1 en 6. Dit omdat het spelverdelen vanaf positie 5 vaak als moeilijk/lastig wordt ervaren. Zie het 2-4 systeem.

In het 1-5 systeem speel je met 1 (vaste) spelverdeler. In dit systeem wordt meestal ook met specialisaties gewerkt, dus vaste aanvallers (passer/lopers), mid’s, diagonaal en libero gespeeld. Zie 1-5 systeem.


  
6-6 Systeem
Het 6 – 6 systeem is een systeem waarbij iedereen op elke positie moet kunnen spelen, dus geen specialisatie.
Staat een speler b.v. linksvoor dan is hij buitenaanvaller op #4. Staat diezelfde speler na het doordraaien op mid, dan is deze speler mid-speler op #3. Draait deze speler vervolgens door naar rechtsvoor – en wordt er door dat team met een spelverdeler op rechtsvoor gespeeld – dan wordt deze speler dus spelverdeler op #2.

Bij het 6-6 systeem wordt zonder specialisatie gespeeld en wordt meestal gespeeld met de spelverdeler op positie 2 of 1.
Bij het aanleren van systemen met een spelverdeler op een vaste positie wordt veelal gestart met het aanleren van de spelverdeler op 2 rechts-voor (#2)
Eventueel kan gekozen worden om te beginnen met de spelverdeler op midvoor (#3). Dit komt ietwat overeen met het ruit-systeem wat in de CMV wordt aangeleerd. Ik adviseer echter om bij 6-6 direct te beginnen met de spelverdeler op rechts-voor, maar deze een beetje naar binnen, dus naar #2/3 te schuiven. Dit natuurlijk om aan te leren dat de spelverdeler in gevorderde systemen zoals 2-4 en 1-5 op #2/3 komt te staan om het spel te verdelen.

Dit systeem wordt veelal aangeleerd bij de 1e-jaars C-spelers (die dus net uit de CMV komen).
Nadat het spelverdelen op #1 door iedereen beheerst wordt kan begonnen worden met het aanleren van het spelverdelen vanaf #1. Dit gebeurd meestal bij 2e-jaars C-spelers of 1e-jaar B-spelers.

Hieronder een overzicht waarbij de spelverdeler op een (vaste) positie staat. Eigenlijk is dus alleen positie 2 en 1 (en eventueel 3) van belang.
Echter alle 6 de posities worden getoond. Dit kan eventueel gebruikt worden bij 2-4 of zelfs 1-5 indien de andere spelers geen specialisatie hebben en dus op alle posities spelen.

Hieronder een overzicht voor elke rotatie waarin de spelverdeler kan staan.
Klik op één van de rotaties om een animatie van deze situatie te bekijken, of hier voor de playlist 6-6 systeem
Klik rechtsonder in het plaatje voor full-screen weergave.

432
561


  
3-3 Systeem

Bij het 3-3 systeem wordt gewerkt met 3 (vaste) spelverdelers.
Deze spelverdelers staan in een driehoek ten opzichte van elkaar. Dus bijvoorbeeld op de posities 3, 1 en 5 of op de posities 4, 2 en 6.
DE “dienstdoende” spelverdeler speelt twee rotaties achter elkaar, dus bv op positie 2 en 1 (of positie 1 en 6)
Stel we spreken af dat we spelen met de spelverdeler op de posities 2 en 1. Dan beginnen we in de beginopstelling met de 3 spelverdelers op de posities 4, 2 en 6. Bij aanvang is DE spelverdeler de speler die op positie 2 staat. de andere spelverdelers spelen op dat moment de functie waar ze op dat moment staan. (dus links-voor en mid-achter etc.).
Na het doordraaien komt DE spelverdeler – die op positie 2 stond – op positie 1 te staan, maar blijft DE spelverdeler. De beide andere spelverdelers staan dan op mid-voor (#3) en links-achter (#5) en spelen dan dus op die positie als respectievelijk Mv en La.
Als er vervolgens weer doorgedraaid moet worden komt de spelverdeler die op mid-voor stond, op rechts-voor (#2) te staan en wordt op dat moment DE spelverdeler. De spelverdeler die op positie 1 stond draait door naar positie 6 en wordt een “gewone” speler die dus op mid-achter (Ma) staat. Na weer doordraaien blijft de spelverdeler van rechts-voor (#2) DE spelverdeler, maar nu dus op positie 1. enz.

Er kan ook gekozen worden om DE spelverdeler op de posities 1 en 6 al spelverdeler te laten spelen. DE spelverdeler is dan altijd achterspeler, waardoor er voor bij het net 3 aanvallers zijn. 

Voor een animatie kijk hier:

Voor de pass-opstellingen die bij deze opstellingen horen kan gekeken worden naar de animatie video’s bij het 6-6 systeem zoals hierboven aangegeven.


  
2-4 Systeem
Bij het 2-4 systeem wordt gewerkt met 2 (vaste) spelverdelers.
De twee spelverdelers staan diagonaal ten  opzichte van elkaar, d.w.z. als de ene spelverdeler op positie 1 staat, dan staat de andere spelverdeler op positie 4.
In principe is de spelverdeler die achter staat, dus op positie 1, 6 of 5 DE spelverdeler en is de andere spelverdeler voorspeler. Indien met specialistische functies gespeeld wordt (dus vaste aanvallers, mid-spelers e.d) dan is de spelverdeler die voor bij het net staat de diagonaal (DIA) speler.

Er kan ook voor gekozen worden om DE spelverdeler op de posities 2, 1 en 6 te laten spelen en niet op posities 1, 6 en 5, omdat het spelen met een spelverdeler vanaf positie 5 een wat moeilijker uit te voeren rotatie is. Dus als de achterste spelverdeler doordraait naar positie 5, dan wordt de andere spelverdeler – die dan op dat moment doordraait naar positie 2 – DE spelverdeler.

Hieronder een overzicht voor elke rotatie waarin de spelverdeler kan staan. Omdat in dit systeem niet met de spelverdeler op de posities 3 en 4 gespeeld wordt, zijn hieronder geen animaties voor die posities  weergegeven.
Klik op één van de rotaties om een animatie van deze situatie te bekijken, of hier voor de playlist 2-4 systeem
Klik rechtsonder in het plaatje voor full-screen weergave.

   2
561


  
1-5 Systeem
Bij het 1 – 5 systeem wordt met één spelverdeler gespeeld. De andere spelers hebben meestal een vaste functie, (bv passer/loper of mid-speler).
De spelverdeler komt dus achtereenvolgens op elke positie te staan. Voordeel van dit systeem is dat er met één vaste spelverdeler gewerkt wordt.
Bij het 1 – 5 systeem kan, als de spelverdeler achter-speler is, met 3 aanvallers bij het net gewerkt worden en kan de pipe (aanval achter de 3-meter-lijn) door de mid-achter gespeeld worden. M.a.w. er zijn dan 4 aanvallers beschikbaar (de libero en spelverdeler niet meegeteld als aanvaller).
Als de spelverdeler voorspeler is zijn er 2 aanvallers bij het net (op #3 en 4) – of eigenlijk 3, de spelverdeler kan zelf ook aanvallen middels een doortikbal – en zijn er 2 achter-aanvallers, de diagonaal kan dan op #1 achter de 3-meter-lijn aanvallen en de mid-achter kan op de pipe (op mid-achter achter de 3-meter-lijn) aanvallen.
Soms wordt er een “dubbele wissel” op het moment dat spelverdeler voorspeler wordt (doordraait van #5 naar #4). In dat geval vinden er 2 wissels plaats. De spelverdeler – op links-voor #4 – wordt vervangen door een diagonaal speler (van de bank) en de diagonaalspeler op rechtsachter (#1) wordt dan vervangen door een spelverdeler (van de bank 🙂 ), waardoor er weer 3 rotaties met een spelverdeler als achterspeler gespeeld kan worden en er dus 3 aanvallers bij het net staan.

Hieronder een overzicht voor elke rotatie waarin de spelverdeler kan staan.
Klik op één van de rotaties om een animatie van deze situatie te bekijken, of hier voor de playlist 1-5 systeem
Klik rechtsonder in het plaatje voor full-screen weergave.

432
561