Binnen het volleyballen worden bepaalde systemen en functies gebruikt om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. Echter er is ook veel onduidelijkheid over deze items. En over het aanleren van een systeem is al menig discussie gevoerd.

Hieronder zal ik proberen e.e.a. zo goed mogelijk uit te leggen en toe te lichten. Ook voeg ik tekeningen en beschrijvingen van systemen toe en verwijs ik naar de pagina Systemen – Video’s die ik hiervoor heb gemaakt.

 

Allereerst dient duidelijk te zijn wat een systeem en wat een functie is. Ook dient duidelijk te zijn wat met posities (#) en rotaties (R) bedoeld wordt.

Posities en rotaties:
Met posities wordt bedoeld de plaats waar je in het veld staat.
We kennen 6 posities, nml


Rechts achter     (positie 1) (#1)    
Rechts voor        (positie 2) (#2) 
Midden voor      (positie 3) (#3) 
Links voor          (positie 4) (#4) 
Links achter       (positie 5) (#5) 
Midden achter   (positie 6) (#6) 

 

Een rotatie is die positie waar de spelverdeler (in de basisopstelling) staat.
B.v. als de spelverdeler rechtsachter staat heet dat Rotatie 1 (R1), als de spelverdeler linksachter staat heet dat dus rotatie 5 (R5)


Functies:

Binnen het volleybal kennen we specialisaties en wel

  • Spelverdeler
  • Diagonaal
  • Aanvaller (passer/loper)
  • Middenspeler (blokkeerder)
  • Libero


Systemen:

Bij systemen spreken we van de basisopstelling, side out (dat is de opstelling als de tegenstander aan serve is) en de transitie en verdedigingsopstelling (dat is de opstelling op het moment dat de tegenstander de aanval uitvoert en wij vervolgens verdedigen en zelf aan gaan vallen).
In een systeem staat een speler met een bepaalde functie op een bepaalde plaats. Dit is per rotatie verschillend.

In het 6-6 systeem speelt iedereen die functie op de plaats waar hij/zij staat.
Dus als je bv met een spelverdeler op rechtsvoor (#2) speelt is elke speler die na het doordraaien op #2 komt dan spelverdeler.
Alle ander spelers spelen dan die functie die bij die plaats hoort, dus bv op midvoor ben je middenspeler / blokkeerder, op linksvoor ben je (buiten)aanvaller

In het 2-4 systeem speel je met 2 (vaste) spelverdelers. Meestal is de achterste spelverdeler (#1, #6 en #5) dan de spelverdeler en de voorste spelverdeler is dan de diagonaal speler
De andere spelers kunnen dan een specialisatie hebben maar dat hoeft (nog) niet. Op het moment dat de achterste spelverdeler naar voren doordraait (van #5 naar #4) wordt deze speler de diagonaal speler en de andere spelverdeler die dan net van #2 naar #1 doordraait wordt dan spelverdeler.

In het 1-5 systeem speel je met 1 vaste spelverdeler. Meestal hebben alle andere spelers dan ook een eigen functie (specialisatie) zoals buitenaanvaller (paser loper), mid, dia of libero.
In dit systeem komt de spelverdeler dus op alle 6 de posities (en kent voor alle rotaties waar hij moet staan en hen moet switchen)

In dit document wordt e.e.a. in tekeningen weergegeven: Systemen en functies


E.e.a wordt ook leuk weergegeven in een aantal video’s van Aetos uit Arnhem.

 

link aetos