Een goede Warming Up bestaat uit meerdere onderdelen.
Meestal wordt met loopvormen – al dan niet met een bal – begonnen om de bloedsomloop te stimuleren.
Ook kunnen er oefeningen in een speedladder gedaan worden als warming up. Hiermee wordt tevens de coördinatie geoefend) 
Onderstaand worden een aantal loopvormen beschreven waaruit een keuze gemaakt kan worden (allen oefeningen gehoeven natuurlijk niet uitgevoerd te worden)
Na de betrekkelijk rustige bewegingen kan doorgegaan worden met sprint en/of estafette vormen. Ook kunnen in deze fase speedladder oefeningen gedaan worden.
Verder is het mogelijk om in deze fase wat “fun” oefeningen te doen.
Klik op één van deze vormen voor voorbeelden of scrol door naar beneden

  1. Loopvormen zonder bal
  2. Loopvormen met bal
  3. Loop- en inspeelvormen volgens John Kessel
  4. Sprint vormen
  5. Estafette vormen
  6. Fun vormen
  7. Ladder oefeningen
  8. Burpees


  
1 Loopvormen zonder bal

  • Looppasje (voorwaarts lopend naar het net en achterwaarts terug) (1, 2 of 3x).
  • Knieën heffen heen, hakken/billen terug.
  • Looppasje met één arm zwaai, heen R, terug L.
  • Looppasje met twee armen zwaaien. Heen vooruit, terug achteruit zwaaien.
  • Zijwaarts heen, kruispas terug 2x, omdraaien, idem en ook.
  • Lopen op hakken 1e helft, op tenen 2e helft (heen en terug).
  • Huppel heen, terug: knie optrekken, drie pasjes, knie optrekken enz.
  • Drie pasjes, Knie rondje naar voren, boven en buiten draaien, 3 pasjes, andere knie.
  • Idem i, maar nu knie van achteren naar buiten en dan naar binnen draaien.
  • Looppasjes, 4 vooruit, 2 achteruit (evt tussen pionnen).
  • Schaatssprongen heen en terug.


  
2 Loopvormen met bal

  • Looppasjes (voorwaarts heen, achterwaarts terug) met bal gestrekt voor je houden.
  • Dribbelpasjes (voorwaarts heen, achterwaarts terug) met bal gestrekt boven je houden.
  • Heen en weer, bal stuiten (1e x R, 2e x L, 3e x om en om), terug gooien, sprinten (alles 2 x).
  • Met twee handen stuiten, bal achterover terug gooien, daarna rollen en opstaan.
  • Zijwaarts verplaatsen (1e x L, 2e x R, 3e x draaien in midden) alles 2 x.
  • Bal bovenhands over spelen, achter bal heen om speelster B heen en terug, B toets zolang omhoog.


  
3 Loop- en inspeelvormen volgens John Kessel

  • Bij deze vorm word gewerkt met een lint welke in de lengte in het midden van het veld op nethoogte over het veld gespannen wordt.
  • Er wordt dan in 2 of 3 tallen met een bal over dit “net” heen gespeeld, waarbij achter de bal aangelopen kan worden en waarbij begonnen kan worden met de bal te gooien en dan uit te breiden naar uiteindelijk een soort pepper (maar dan aanvalslag over het “net” heen) en waarbij begonnen wordt met een serve(je).
  • Er wordt dus overdwars op het veld gespeeld, waardoor er op één volleybalveld wel  zo’n 18 speelster (3 x 3 aan beide kanten) kunnen inspelen.
  • begin met ingooien (één en twee armen) over het lint (“net”) en loop evt achter de bal aan (bij 3 of 4 tallen).
  • breidt dit uit naar bovenhands en onderarms spelen. (Achter bal aan blijven lopen of vooruit- achteruit lopen).
  • als bal op grond, begin altijd met een serve(je).
  • loop achter bal aan, onder net door en dan ben je SV die de bal terug setupt en ga weer terug naar eigen veld als verdediger / passer
    (is dus al een soort pepper).


  
4 Sprint vormen

  • Lijnen tikken (6m-6m-9m-3m-6m-3m-9m-6m-6m).
  • Skippings/Dribbel. Drippel op de plaats, klap door T, sprint (heen en terug).
  • Idem maar met duik terug.
  • In cirkel om een bal staan (met de rug naar de bal), dribbel en duikt naar buiten en terug. (Op teken Trainer).
  • In grote cirkel om een bal staan, dribbel en op teken duik naar de bal (wie heeft de bal) (is ook leren om om te gaan met “gevaar” en elkaar ontwijken.


  
5 Estafette vormen

  • 2 tegen over elkaar op achterlijn van beide velden, 1 bal op middenlijn.
    Op signaal Tr, sprint met duik, wie het eerste de bal heeft.


  
6 Fun vormen

  • 2 teams.  Op handen en voeten naast elkaar staan (bolle rug).
    Eén speler kruipt onder de anderen door met bal voor zich uit rollen, aan eind bal terug rollen en zelf bol staan. Dan de volgende enz.  Van zijlijn naar zijlijn.
  • Zie ook YT023, YT024 en YT025.

         


  
7 Ladder oefeningen

  • Zie dit Agility ladder document.
  • enkel step.
  • dubbel step / dribbel.
  • zijkant in en uit en doorschuiven.
  • hinken en zijwaarts hinken.
  • van zijkant telkens met halve draai er in en uit springen (met L er achteruit inspringen, met draai er uit springen en R voet dan in zelfde vakje, daarna volgend vak).
  • Zie ook YT009, YT034 en YT043.

         

         Ipv met een ladder kan ook met ringen/hoepels gewerkt worden.
         Zie b.v. deze video:
       

  
8 Burpees  (Klik op figuur voor full-screen)

TOP